Temperatuurdatalogging bij Noten Roosteren en Frituren
Temperatuurdatalogging bij het roosteren en frituren van noten
Meet het werkelijke temperatuurprofiel van noten tijdens een continu bak- of frituurproces met hete olie.
Bij het roosteren van noten, borrelnoten en vergelijkbare producten wordt vaak gebruikgemaakt van een continu proces waarbij het product door een industriële frituur- of bakoven met hete olie wordt getransporteerd. Dit is ook van toepassing bij normaal frituren van b.v. patat en andere producten
Voor procesoptimalisatie en temperatuurvalidatie kan het waardevol zijn om een temperatuurdatalogger daadwerkelijk met het product mee te laten lopen. De logger volgt dan dezelfde route als de noten en registreert de temperatuurcondities waaraan het product tijdens het bakproces wordt blootgesteld.

Temperatuur meten tijdens een continu nut roasting proces
Bij deze toepassing bevindt de datalogger zich tussen de noten in het productbed en beweegt deze tijdens het proces licht mee met het product.
Typische procescondities voor een dergelijke toepassing zijn:
- Proces: continu roosteren / frituren van noten
- Procesmedium: frituurolie en lucht
- Temperatuur: circa 125 °C tot 170 °C
- Baktijd: circa 5 tot 10 minuten
- Loggerpositie: tussen de noten in het productbed
- Beweging: lichte beweging terwijl olie rond het product circuleert
Waarom de datalogger met het product mee laten lopen?
Een vaste temperatuursensor in de machine meet de temperatuur op één specifieke positie. Dat is niet noodzakelijk dezelfde temperatuur waaraan het product tijdens zijn volledige traject wordt blootgesteld.
Door een datalogger samen met de noten door het proces te laten lopen, kan het temperatuurprofiel worden geregistreerd vanuit het perspectief van het product.
Dit kan inzicht geven in:
- de temperatuur tijdens het frituur- of roosterproces
- temperatuurverschillen gedurende het traject
- de werkelijke thermische belasting van het product
- de reproduceerbaarheid van verschillende productieruns
- mogelijke verschillen tussen ingestelde machinetemperatuur en gemeten procestemperatuur
De temperatuurprobe hoeft niet in het product te worden gestoken
Bij grotere producten kan een temperatuurprobe soms in de kern van het product worden geplaatst. Bij noten en borrelnoten is dit in de praktijk meestal niet mogelijk.
Het doel is daarom niet om de kerntemperatuur van één individuele noot te meten, maar om de temperatuurcondities rondom het product te registreren terwijl de logger samen met het productbed door de hete olie beweegt.
Waarom is een hitteschild nodig?
Een MadgeTech HiTemp140 datalogger heeft een normale bedrijfstemperatuur tot +140 °C. Bij nut roasting en frituurprocessen kan de procestemperatuur daar boven komen.
Een geschikt PTFE hitteschild vertraagt de warmteoverdracht naar de behuizing, elektronica en batterij van de datalogger, terwijl de temperatuurprobe aan het proces blootgesteld blijft.
Hierdoor kan de logger gedurende een beperkte tijd worden gebruikt bij temperaturen boven zijn normale bedrijfstemperatuur.
Meer informatie over werking, maximale blootstellingstijden en het verschil tussen Flush en Vented vindt u op onze pagina:
Hitteschilden voor datalogging bij hoge temperaturen
Vented hitteschild bij een bewegende datalogger
Bij een nut roasting toepassing kan de datalogger licht bewegen tussen de noten terwijl hete olie rond het product en de logger circuleert. Voor dergelijke toepassingen kan een Vented Thermal Shield interessant zijn. Deze uitvoering beschermt niet alleen de behuizing van de datalogger, maar biedt ook extra mechanische bescherming rond de uitstekende temperatuurprobe. Welke uitvoering het meest geschikt is, hangt af van de machine, beschikbare ruimte, probelengte, beweging van het product en het volledige temperatuurprofiel.
Koel de datalogger direct na het frituurproces
Een belangrijk aandachtspunt is dat de datalogger na het verlaten van de hete olie nog steeds warmte kan opnemen uit het hitteschild. Wanneer het proces dit toelaat, moet de datalogger met hitteschild daarom zo snel mogelijk na de frituurcyclus worden gekoeld. Een praktische methode is het complete hitteschild met logger direct na het proces in een waterbad van ongeveer 25 °C te plaatsen. MadgeTech specificeert voor het afkoelen na blootstelling aan hoge temperaturen een waterbad van ongeveer 25 °C gedurende minimaal 15 minuten. Dit voorkomt dat opgeslagen warmte in het hitteschild de interne temperatuur van de logger na afloop van het proces verder laat oplopen.
Niet alleen de baktijd is belangrijk
Een baktijd van bijvoorbeeld 5 tot 10 minuten betekent niet automatisch dat de thermische belasting van de datalogger ook slechts 5 tot 10 minuten bedraagt. Ook de tijd die nodig is om de logger uit de machine te verwijderen en te koelen moet worden meegenomen. Voor de beoordeling van een toepassing kijken we daarom naar:
Procestemperatuur + tijd in hete olie + uitlooptijd + procesmedium + begintemperatuur + koelmethode
Voorbeeld: nut roasting bij 170 °C
Stel dat noten gedurende 8 minuten worden geroosterd in olie bij ongeveer 170 °C. De datalogger beweegt mee tussen het product en kan na het verlaten van de fryer niet onmiddellijk uit het hitteschild worden gehaald. In dat geval moet niet alleen naar de 8 minuten baktijd worden gekeken. Ook de tijd tussen het verlaten van de hete olie en het daadwerkelijk koelen van de logger draagt bij aan de totale thermische belasting. Dit is precies waarom bij toepassingen boven 140 °C het volledige procesprofiel moet worden beoordeeld.
Temperatuurprofilering voor food processing
Dezelfde meetmethode kan interessant zijn voor andere continue processen waarbij producten door hete olie of een hete procesomgeving worden getransporteerd. Voorbeelden zijn industriële frituurprocessen, roasting-processen en andere toepassingen in de voedingsmiddelenindustrie waarbij een datalogger gedurende het proces met het product kan meebewegen.
Wilt u uw nut roasting of frituurproces meten?
Iedere bakoven, industriële fryer en productielijn is anders. Daarom beoordelen wij dit soort toepassingen bij voorkeur aan de hand van het werkelijke temperatuur- en tijdprofiel.
Stuur ons indien mogelijk:
- minimale en maximale procestemperatuur
- baktijd of frituurtijd
- totale tijd dat de logger in de machine verblijft
- procesmedium, bijvoorbeeld frituurolie en lucht
- beschikbare ruimte in de machine
- informatie over de beweging van het product
- de gewenste probelengte
- de manier waarop de logger na het proces kan worden verwijderd en gekoeld
PIMZOS helpt u vervolgens bij het beoordelen van de toepassing en het selecteren van een geschikte MadgeTech HiTemp140 datalogger en hitteschildconfiguratie.
Veelgestelde vragen over datalogging bij nut roasting
Kan een datalogger door hete frituurolie worden getransporteerd?
Met een daarvoor geschikte datalogger en thermische bescherming kan dat mogelijk zijn. De maximale temperatuur, blootstellingsduur, het procesmedium en het volledige temperatuurprofiel moeten daarbij worden beoordeeld.
Meet de logger de kerntemperatuur van de noot?
Nee. Bij deze toepassing wordt de probe niet in één individuele noot gestoken. De logger meet de temperatuurcondities rondom het product terwijl deze samen met de noten door het proces beweegt.
Waarom moet de datalogger na het frituren snel worden gekoeld?
Omdat het hitteschild warmte heeft opgenomen tijdens het proces. Deze opgeslagen warmte kan de datalogger ook na het verlaten van de fryer verder opwarmen. Snel en gecontroleerd koelen beperkt deze naverwarming.
Kan dezelfde oplossing ook voor andere voedingsmiddelen worden gebruikt?
Mogelijk wel. De geschiktheid hangt af van temperatuur, procesduur, medium, beschikbare ruimte en de manier waarop de datalogger door het proces beweegt.

